Troost
1. Stel dat de avond niet zou vallen
2. En dat het moeizame gedoe
3. Dat wij bedrijven met allen
4. Zou doorgaan tot oneindig toe.
5. Ach kind, het maakt me nu al moe,
6. Wanneer ik aan de duizendtallen
7. Verdrietjes denk die waar en hoe
8. Ook jou nog zullen overvallen
9. Wees maar tevreden dat het komt,
10. Het nu nog zo gevreesde einde
11. Aan al ons nutteloos getob
12. Denk je eens in: eenmaal verdwijnt de
13. Ellende; het gelul verstomt;
14. Mijn lief, verheug je er maar op.
Mannelijke rijm
Vrouwelijke rijm
Enjambement
Eindrijm
Assonantie
Alliteratie
Binnenrijm
Deel 2
A. Het onderwerp van het gedicht is ‘’opgroeien’’, het gedicht bestaat uit 2 kwatrijnen en 2 terzinen.
C. Het rijmschema is A-B-B-A A-B-B-A C-D-C D-C-D en het gedicht heeft de vorm van een sonnet.
Deel 3
A.
Het woord ‘’getob’’ betekend, gepieker.
C.
"Dat de avond niet zou vallen" – Metafoor, de avond valt niet letterlijk om, de avond begint te
komen.
" eenmaal verdwijnt de ellende; het gelul verstomt’’– Personificatie, De ellende en het gelul
verstomt niet, de mensen die de ellende en het gelul brengen verstommen.
D.
''Duizendtallen verdrietjes" – Hyperbool, duizendtallen Verdrietjes wordt gebruikt om te laten zien
Det er gratis at oprette en konto